Duurzaam bouwen of renoveren. Iedereen heeft het erover, maar zodra je in de winkel staat, met zo’n staal hout in de hand of een tegel onder je arm, begint de twijfel. Wat is nu écht duurzaam ? En vooral : wat werkt in het echte leven, met kinderen, regen, modder en koffie die omvalt ? Ik ga het hier niet mooier maken dan het is. We lopen samen door het huis, kamer per kamer, en ik zeg je gewoon wat ik zelf zou doen. Of laten.
In mijn geval begon het allemaal bij een verbouwing in een rijtjeshuis net buiten Utrecht. Oude vloer eruit, muren kaal. En toen dacht ik : oké, als ik het nu doe, dan meteen goed. Ik heb toen veel gehad aan voorbeelden en praktijkcases van bouwers die echt met duurzaamheid bezig zijn, zoals je ook ziet op https://pyramideconstruction.com. Dat soort inspiratie helpt, omdat je ziet wat er in het echt werkt, niet alleen op Pinterest.
De woonkamer : comfort eerst, maar wel slim
De woonkamer is zo’n plek waar je leeft. Echt leeft. Je loopt er op sokken, soms met natte voeten, je zit op de grond, de bank schuift, de zon brandt naar binnen. Persoonlijk vind ik massief hout hier fantastisch. Eiken of beuken, liefst FSC-gecertificeerd. Ja, het kost wat meer, maar eerlijk : dat gevoel onder je voeten, dat warme, dat krijg je niet met laminaat.
Alternatief dat me positief verraste : bamboe. Groeit snel, keihard materiaal en ziet er tegenwoordig helemaal niet meer goedkoop uit. Wel even opletten met afwerking, want sommige lakken zijn allesbehalve milieuvriendelijk. Dat is zo’n detail waar je makkelijk overheen kijkt.
De keuken : hier moet het tegen een stootje kunnen
In de keuken ben ik minder romantisch. Hier wil je materialen die je niet vervloekt na een jaar. Werkbladen van gerecycled composiet of keramiek ? Grote fan. Ze kunnen tegen hitte, krassen, rode wijn, alles. En ze gaan járen mee.
Voor kasten zie ik vaak mensen massief hout willen, maar eerlijk ? In een keuken met stoom en temperatuurwisselingen kan dat werken, maar dan moet je het goed onderhouden. Perso ik vind multiplex met een duurzame fineerlaag vaak slimmer. Sterk, stabiel, en als je het niet weet, zie je het verschil nauwelijks.
De badkamer : vocht is hier de baas
De badkamer is tricky. Alles wat niet tegen vocht kan, valt hier vroeg of laat door de mand. Kalkverf op basis van natuurlijke mineralen ? Top spul. Ademend, schimmel krijgt weinig kans, en het geeft zo’n zachte, bijna poederachtige uitstraling.
Vloeren ? Ik ben echt voorstander van keramische tegels met een lange levensduur. Ja, de productie kost energie, maar ze gaan ook decennia mee. Natuursteen kan ook, maar dan moet je echt zin hebben in onderhoud. Anders wordt het snel een ergernis.
De slaapkamer : gezond slapen is ook duurzaam
Hier denk ik altijd : wat adem ik acht uur per nacht in ? Dat idee alleen al. Daarom kies ik hier liefst voor natuurlijke materialen. Houten vloer zonder zware lak, liever een olie of was. Muren met leemverf of ecologische verf zonder VOC’s. Je merkt het verschil. Minder zware lucht, vooral in de winter als alles dicht zit.
En bedden ? Massief hout, geen spaanplaat met lijmgeur. Misschien klinkt dat overdreven, maar als je er eenmaal op let, wil je niet meer terug.
De hal en gang : onderschat deze ruimtes niet
Dit zijn vaak de vergeten zones, maar ze krijgen het meeste te verduren. Zand, regen, fietsen die langs de muur schuren. Hier kies ik zonder twijfel voor slijtvaste materialen. Tegels van gerecycled materiaal of natuursteen met een matte afwerking. Geen gladde glans, want geloof me, één natte schoen en je ligt.
Muren ? Afwasbare verf of zelfs houtpanelen van hergebruikt hout. Ziet er stoer uit en je hoeft niet bij elke veeg opnieuw te schilderen.
Duurzaam kiezen is geen exacte wetenschap
Laat ik eerlijk zijn : er bestaat geen perfect materiaal. Alles heeft impact. Maar het gaat om bewuste keuzes. Wat gaat lang mee ? Wat voelt goed in gebruik ? En waar heb je gewoon geen zin in gedoe ?
Misschien kies je in de woonkamer voor hout en in de keuken voor iets praktischer. Dat is oké. Duurzaamheid zit niet alleen in het materiaal, maar ook in hoe lang je het gebruikt. Dus stel jezelf die vraag : zie ik dit over tien jaar nog steeds zitten ? Zo ja, dan zit je meestal goed.
