DJEMBÉ HISTORIE
|
De djembé heeft als geen ander instrument de beat van de baarmoeder in zich. Daarom kan de djembé je heel snel brengen naar het gevoel dat je alles in je hebt en dat je gedragen wordt.” De djembé heeft het meeste ‘oer’, is de meest ongekunstelde trommel, want al duurt het vijf tot tien jaar voor je er echt op kunt spelen, na een paar lessen speel je er al een ritme op. Het is echt niet nodig het belang te onderstrepen van de djembé in de Afrikaanse muziek. Over de hele wereld beschouwt men dit instrument als het meest typerende van de Afrikaanse muziekinstrumenten. Sommige niet Afrikanen denken zelfs dat men in Afrika alleen trommels kent. Over het hele Afrikaanse continent bestaan er een ongelooflijke hoeveelheid aan verschillende trommels. Elk land heeft wel zijn eigen, voor dat land specifieke trom. Bij de trommels zien we een enorme verscheidenheid aan materialen, vormen, manieren van gebruik en taboes. Door de eeuwen heen zijn ze hetzelfde gebleven en nog steeds zijn ze enorm populair over het hele continent. Ze wisten zich altijd te handhaven en pasten zich ook aan buiten Afrika. De trommel belichaamt de ware aard van de zwarte Afrikaanse muziek: een muziek die zich uitdrukt in dansende ritmes. Zelfs wanneer in sommige spelletjes de trommel niet meedoet, wordt zij vervangen door handgeklap, gestamp of het ritmisch herhalen van bepaalde onomatopeeën, allemaal bedoeld om het tromgeroffel te imiteren. De djembé is van alle trommels wel de meest bekende. En wordt voornamelijk in West-Afrika bespeeld, Senegal, Guinee, Gambia, Mali, Ivoorkust en Burkina-Fasso. Net als alle andere Afrikaanse instrumenten wordt de djembé met de hand gemaakt, daardoor heeft elke djembé zijn eigen karakteristieke geluid en vorm. Een uitgeholde boomstam, bespannen met een geiten- of antilopenvel. De djembé is maar één van de vele trommels die Afrika rijk is.
|
Muziek maakt mensen blij....